Soms kom je pas laat aan op de plaats waar je gaat slapen. De reis heeft langer geduurd dan gepland, de trein had vertraging of de weg was druk. Dan wil je vooral rust, zonder gedoe en zonder de andere bewoners wakker te maken. Met een beetje voorbereiding lukt dat. Sleutel, licht en het hoognodige moeten je dan meteen binnen handbereik liggen.
Voor je aankomt
Laat de gastheer of gastvrouw weten wanneer je ongeveer aankomt, ook als het later wordt dan gedacht. Vraag hoe je aan de sleutel komt, of er een sleutelkastje is en hoe je binnenkomt zonder lawaai. Schrijf de instructies op of zet ze in een bericht dat je kunt terugvinden. Vraag ook welke deur bij jouw kamer hoort en waar je het licht aandoet als je binnenkomt.
Pak je tas zo in dat het hoognodige bovenaan zit. Een pyjama, een tandenborstel, een oplader, een klein zaklampje en een flesje water horen op de eerste plaats. Een setje propere kleren voor de volgende ochtend maakt het af. De rest blijft onderin, zodat je niet de hele tas hoeft uit te pakken. Houd je papieren en je portemonnee in een aparte zak bij je.
Kom je binnen, doe het dan rustig. Draai de sleutel zacht om, doe je schoenen uit bij de deur en gebruik je zaklamp of het licht van je telefoon in plaats van het grote licht. Zoek eerst het toilet en de badkamer, daarna je bed. Zet je tas op de grond en doe alleen open wat je echt nodig hebt. Zet je wekker op stil of zet hem uit tot je weet wanneer het ontbijt is.
Laat aan iemand thuis weten dat je goed bent aangekomen. Een kort berichtje volstaat. De volgende ochtend kun je alles rustig uitpakken, bedanken en verkennen. Wie laat aankomt, heeft het meeste aan een tas die klaar is en aan een plan voor de eerste minuten. Dan valt de reis van je af, en je slaapt op een plek die al snel gezellig aanvoelt.